Wetenschappelijk Onderzoek


Haptotherapie als zelfstandig beroep is nog een jong vak. De onderzoekstraditie De Vereniging van Haptotherapeuten (VVH) heeft zich de afgelopen jaren gericht op het versterken van de positie van GZ-Haptotherapeuten in de (eerstelijns) gezondheidszorg en heeft zich het belang van wetenschappelijk onderzoek in toenemende mate gerealiseerd. De Commissie Wetenschap en Onderzoek van de VVH heeft, mede op basis van de adviezen van gerenommeerde wetenschappers van de Wetenschappelijke Raad (adviesraad die is ingesteld door de VVH), de Vereniging in de afgelopen jaren geadviseerd ten aanzien van het beleid op het gebied van wetenschappelijk onderzoek in de haptotherapie.

 

Wetenschappelijk onderzoek bevallingsbeleving (in uitvoering)

Momenteel voert Gert Klabbers een promotie-onderzoek uit aan de Universiteit van Tilburg over het effect van Haptotherapie bij bevallingsangst. De resultaten worden eind 2014 verwacht.

Effectonderzoek Haptotherapie (2012 )

De Commissie Kennis en Wetenschap van de VVH heeft, mede op basis van de adviezen van de gerenommeerde wetenschappers van de Wetenschappelijke Raad (adviesraad die is ingesteld door de VVH), in de afgelopen jaren een beleid ontwikkeld, dat er toe heeft geleid dat is gekozen voor effectonderzoek in plaats van fundamenteel kwalitatief onderzoek.

De gedachte dat er eerst fundamenteel onderzoek zou moeten worden gedaan om een basis te leggen voor verder onderzoek heeft in de loop van de tijd plaatsgemaakt voor de gedachte dat een fundament gelegd wordt door kleine stenen neer te leggen. Met andere woorden: eerst trachten veel kleinschalig onderzoek te verrichten, waardoor er een basis wordt gelegd voor een onderzoekstraditie op het gebied van de haptotherapie. Dat kan langzaam maar zeker leiden tot een eigen plek in de wetenschappelijke wereld. We staan nu aan het begin daarvan. In dit beginstadium van de opbouw naar een eigen onderzoekstraditie zijn we nog afhankelijk van mogelijkheden voor onderzoek binnen bestaande onderzoeksinstituten.

In 2012 is een eerste effectonderzoek afgerond aan de Vrije Universiteit Amsterdam met de titel The clinical effectiveness of haptotherapy in routine practices.

"Results: More than 75% of the completers showed significant improvement on the SCL-90, while the overall recovery rate was more than 50%. Conclusion: The results suggest that haptotherapy is effective in the treatment of psychological ans somatic complaints. Due to the exploratory uncontrolled nature of the study, more research is required to support the effectiveness of haptotherapy compared to control conditions." [Uit: The clinical effectiveness of haptotherapy in routine practices]

Het volledige verslag van het onderzoek kunt u bestellen in de webwinkel van de VVH.

4DKL onderzoek Haptotherapie (2010)

De pilot met de 4DKL als meetinstrument binnen de praktijk Haptotherapie geeft inzicht in factoren waarmee de GZ-Haptotherapeut rekening dient te houden bij de behandeling van zijn / haar cliënten en geeft een indicatie van het resultaat van de behandeling. Er is gewerkt met een nulmeting voorafgaand aan de intake en een nameting aan het begin van de achtste (8e) behandeling, waarbij de scores Distress, Depressie, Angst en Somatisatie in beeld zijn gebracht en het verschil tussen de scores is geanalyseerd.

Uit de onderzoeksgegevens van deze pilot blijkt dat een verhoogde score Distress, Depressie, Angst en/of Somatisatie veelvuldig voorkomt in de praktijk Haptotherapie (pilot: 76%) en bij de nameting blijkt een afname daarvan met 78%. Er is met deze pilot een goede start gemaakt met het gebruik van dit meetinstrument binnen de praktijk Haptotherapie, waarvan de uitkomsten een verdere opzet van een 4DKL onderzoek Haptotherapie rechtvaardigen.

Klabbers G.A. (2010), 4DKL onderzoek Haptotherapie, een pilot van tien (10) GZ-Haptotherapeuten die vanuit hun praktijk werkzaam zijn in de eerstelijns Gezondheidszorg in Nederland.
Uitgeverij Haptotherapie Nederland ISBN / EAN: 978-947-1-10-8152

Het onderzoek kunt u bestellen in de webwinkel van de VVH.

Kwaliteit van leven neemt toe na haptotherapie (1997)

Cliënten van haptotherapeuten geven aan dat zij door middel van haptotherapie meer in contact komen met hun lichaam. Hun klachten verminderen en daardoor neemt de kwaliteit van hun leven aanzienlijk toe. Dit blijkt uit onderzoek van drie studenten klinische psychologie van de Universiteit Utrecht. Zij deden onderzoek bij 69 therapeuten en 549 cliënten en constateren in het rapport 'Denken over voelen', dat haptotherapie voor veel mensen een goed werkende vorm van hulpverlening is.
Haptotherapie beoogt een eenheid tussen lichaam en gevoel te bewerkstelligen. Haptotherapie is een relatief nieuwe vorm van hulpverlening. De Vereniging Van Haptotherapeuten wilde dan ook graag onderzoek laten verrichten onder haar cliënten. Onderzocht is de tevredenheid over de
gevolgde therapie, de meerwaarde van de therapie, welke cliënten zich bij een haptotherapeut aanmelden voor behandeling en het soort klachten waarmee men bij een haptotherapeut komt.

Tevreden
Uit het onderzoek blijkt dat 90 procent van de cliënten tevreden tot zeer tevreden is over de gevolgde behandeling. Zij waren niet alleen tevreden, maar de therapie voldeed ook aan de verwachtingen. Klachten verminderden of kregen een hanteerbare plaats in het leven van de cliënt.
Zowel hoog- als laaggeschoolde mensen vinden hun weg naar de haptotherapie. Mannen en vrouwen met een gemiddelde leeftijd tussen de 30-50 jaar, maar ook kinderen komen als cliënt bij een haptotherapeut. Haptotherapie is dus toegankelijk voor vrijwel alle mensen.

Soort klachten
Het scala aan klachten waarvoor men een haptotherapeut bezoekt is zeer breed, van echtscheiding tot botbreuk en alles daartussenin. Een drietal springt er evenwel uit, te weten lichamelijke problemen, gevoelsleven en spanning.

Presentatie
Deze en andere resultaten van het onderzoek zijn te vinden in 'Denken over voelen', een onderzoek naar de kenmerken van de cliënten van de Vereniging Van Haptotherapeuten. Het rapport is geschreven door A.B. Th. van 't Hof, P. van Voorst, M.E. van Zoeien-Nederlof, Universiteit van Utrecht 1997.

Eigenheid Haptotherapie

"Ik begon mijn uiteenzetting met een uitgebreide voorstelling van haptotherapie als lichaamsgerichte therapievorm. Haptotherapie is een zeer recente therapie die haar wortels heeft in de haptonomie. Het doel van deze studie was op zoek te gaan naar de eigenheid van haptotherapie. Wat is, volgens literatuur en experts, de eigenheid van haptotherapie en wat onderscheidt deze therapievorm van andere lichaamsgerichte therapieën? Vervolgens werd geprobeerd om deze theoretische overwegingen ook in de praktijk te gaan toetsen. Wegens de aard van het onderzoek konden niet alle aspecten getoetst worden en na lang beraad werden er vier hypothesen weerhouden.

Het eerste aspect dat werd nagegaan was het gebruik van 'contact maken' tussen de therapeut en cliënt. Met 'contact maken' wordt meer dan louter fysiek contact maken bedoeld. Het gaat om een ontmoeting tussen twee mensen, een wederzijds contact. De hypothese dat aanraken bij haptotherapeuten steeds gepaard gaat met contact maken, kon niet bevestigd worden.

Haptotherapeuten hechten veel belang aan het verwoorden van ervaringen en gewaarwordingen. Een tweede hypothese was dan dat er een samenhang zou zijn tussen lichamelijke gewaarwordingen en het verwoorden of uitdrukken ervan. Ook voor deze hypothese kon geen evidentie gevonden worden.

De haptotherapeut zelf zou ook een andere rol hebben binnen de therapie. Een haptotherapeut brengt zijn eigen gevoel en zijn affectieve betrokkenheid in binnen de therapie. Hij laat zichzelf voelen. De affectieve bevestiging van de haptotherapeut zou verder gaan dan de empathie van de gemiddelde psychotherapeut. Hier werd de hypothese gevormd dat haptotherapeuten op een andere, meer lichaamsgerichte manier empathisch zijn dan andere therapeuten. Alle therapeuten rapporteren echter in even grote mate het gebruik van aandacht voor het lichamelijke gebeuren om zich in te leven in de gevoelens van de cliënt. Ook deze hypothese kon dus niet bevestigd worden.

Een laatste onderzoeksvraag betrof een mogelijk effect van haptotherapie. Er werd gekeken of het volgen van haptotherapie ertoe leidde dat er bij de patiënt meer openheid kwam voor diens gevoelens. Voor deze hypothese werd gedeeltelijke evidentie gevonden. In de beleving van de therapeuten zelf stelden we een verschil vast tussen de haptotherapeuten en de andere lichaamsgerichte therapeuten. Die laatste rapporteerden, over de hele behandeling, minder het openen van gevoelens bij hun cliënten dan de haptotherapeuten. Op sessieniveau vonden we geen verschil. Helaas ontbraken de gegevens van de cliënten om deze bevinding ook daar te toetsen.

Er werd dus weinig evidentie gevonden voor de hypotheses van deze studie. Er werden verschillen gevonden, maar die bleken niet significant te zijn en wezen ook niet in de richting van de hypothese. De enige concrete evidentie die gevonden werd voor de laatste hypothese, was gebaseerd op zelfrapportage door de therapeuten en kon niet vergeleken worden met andere scores. Tijdens de data-analyse kwamen echter enkele andere interessante aspecten aan het licht.

Haptotherapeuten raken hun patiënten vaker aan dan de andere lichaamsgerichte therapeuten. Wanneer ze hun patiënt aanraken is dat, net als bij de andere therapeuten, ongeveer een op vier keer met de doelstelling om contact te maken. Vermits de haptotherapeuten vaker aanraken, kan daaruit afgeleid worden dat zij toch vaker de doelstelling 'contact maken' zullen gebruiken dan andere therapeuten. Hierbij aansluitend blijkt uit de data dat haptotherapeuten ook vaker aangeven concrete veranderingen aan te brengen in de fysieke situatie waarin de patiënt zich bevindt. De aard van de aanrakingen blijkt ook te verschillen tussen de twee groepen.

Haptotherapeuten maken – volgens de data verzameld in dit onderzoek – uitsluitend gebruik van louter fysiek contact zoals bijvoorbeeld de handen op de rug, benen, buik,... van de cliënt leggen. De andere groep maakt daar in mindere mate gebruik van en werkt ongeveer de helft van de tijd met massage- en of manipulatietechnieken. De haptotherapeuten geven tot slot ook vaker aan dat ze de patiënt ondersteunen bij het ontwikkelen van een lichaamsgewaarzijn.

Het blijkt dus dat haptotherapie zich op bepaalde vlakken wel degelijk onderscheidt van andere lichaamsgerichte therapievormen en wellicht kan men, na verder onderzoek, nog meer aspecten vinden waarin de eigenheid van haptotherapie weerspiegeld wordt. Het lijkt dus zinvol om, zoals eerder aangegeven, bepaalde aspecten nog uitgebreider te onderzoeken. Maar het lijkt me ook zinvol om op zoek te gaan naar de overeenkomsten met andere lichaamsgerichte therapieën. Uit deze studie blijkt dat die duidelijk aanwezig zijn. Dat is geen grote verrassing, noch een negatief punt. Door meer te leren over andere therapievormen en de overeenkomsten te bepalen, kan er een uitwisseling ontstaan en zo kunnen alle lichaamsgerichte therapeuten van elkaar leren. Zulk een uitwisseling kan de discipline 'lichaamsgerichte therapie' enkel ten goede komen.

Ik hoop dat ik met mijn verhandeling een licht heb kunnen werpen op de lichaamsgerichte methode van haptotherapie en de eigenheid van deze therapievorm in vergelijking met andere lichaamsgerichte therapieën."

Frangh A. de (2009), Definiëring en empirische toetsing van de eigenheid van Haptotherapie als lichaamsgerichte therapievorm, Thesis Katholieke Universiteit Leuven, faculteit psychotherapie en dieptepsychologie
Uit Definiëring en empirische toetsing van de eigenheid van Haptotherapie als lichaamsgerichte therapievorm (Leuven, 2009), pg. 62 t/m 64

 

Foto’s kinderhaptotherapie en kindercarroussel: Rachida de Guchteneire | Ontwerp & Realisatie door BetereKommunicatie.nl